De drie musea werden alle op zaterdag bezocht en waren heel interessant. De poster toont de kop van een eens enorm beeld. Slechts enkele gedeeltes zijn over en in Rome te zien. Een kopie van de voet staat overal in de stad. Ook hebben we de Porta Nigra, waarvan hiernaast een foto gezien en beklommen. Rond deze poort bestaan veel raadsels, waaronder het bouwjaar. Ook is er maar een zo’n poort gevonden en niet nog drie andere. Net als in Rome kan men door ‘Romeinen’ worden rondgeleid. Gelukkig hadden wij professioneler gidsen. Hoewel… bij de dhr. Meyboom waagde te zeggen: ‘over Romeinse thermen is niks te vertellen’ Hij zwaaide echter toch nog met een boekje en bleek wel degelijk iets te vertellen te hebben. Er zijn namelijk wel drie van dergelijke enorme badhuizen gevonden en dat betekent dat het aantal inwoners in het Romeinse Trier geschat kan worden op 50.000 mensen.
Tot slot, blijken classici, studenten en docenten, heel behoorlijk van de vinum te kunnen genieten. Carpe noctem! Het Romeinse amfitheater ligt heel mooi in de schuine helling tussen de wijngaarden. Trier is dan ook bekend om haar wijnen. Ook ik heb natuurlijk een typische Trevierse Federweisser geproefd, die op de Hauptmarkt geschonken werd. Het ziet er uit als troebele appelsap, maar het smaakt zoet en dus moet men uitkijken het niet als limonade achterover te gieten.
1 comment:
Waarom mag je Trevierse Federweisser niet als limonade achterover slaan? Lijkt me juist leuk om Gerrie eens mee te maken, wanneer ze zich uitgeeft voor Constantijn de Grote of Ahmadinejad.
Post a Comment