
In Iran moeten critici zich vaak van andere middelen bedienen om zich te uiten dan in het Westen. Het is van belang een gulden middenweg te vinden. Openlijk kritiek uiten op een wijze die niet getolereerd en dus vanwege de censuur in Iran zelf niet gepubliceerd mag worden, heeft niet veel zin. Wie de Iraniers zelf wil bereiken kan tot aan bepaalde grenzen komen en het is buitengewoon moeilijk deze af te wegen. Een voorbeeld van iemand die dat toch gelukt is, is de regisseur Hamid Rahmanian. Samen met zijn Amerikaanse vrouw heeft hij een eigen studio:
Fictionville.
Gisteren zag ik, in het kader van een serie:
Movies that Matter, de film
DayBreak(
Dame sobh), die het verhaal verteld in een documentaire-achtige setting, van Mansour, die zijn baas heeft vermoord en wacht op zijn executie in een Teheraanse gevangenis.

De film is schokkend want het verhaal van Mansour grijpt erg aan: Met zijn familie is hij vanuit een dorp in het noorden van Iran verhuisd naar de hoofdstad in de hoop dat Mansour daar kan blijven werken in de bouw. In korte flitsen, waaronder prachtige beelden van het groene noorden, wordt de toedracht duidelijk. De gevangenis komt er in de film niet slecht af: de mannen maken het vaak gezellig met elkaar en de suppoosten zijn vriendelijk. Zelfs de rechter en tegelijk gevangenisbewaarder wordt neergezet als een goed mens die zijn best doet voor de gevangenen. De film kan, wil zij in Iran vertoond mogen worden, niet kritisch zijn op overheidsfunctionarissen, maar heeft in dit geval dat ook niet ten doel. Het gaat in de eerste plaats om de wet en het feit dat de doodsstraf voorkomt en uitgevoerd wordt in Iran. Dit laatste was natuurlijk ook de reden voor Amnesty International om deze film te vertonen. Er is echter iets opmerkelijks aan de hand in Iran. De sharia schrijft voor dat een moordenaar zelf de doodstraf verdiend. Als het ware om die dood met zijn eigen leven af te kopen, want er bestaat de mogelijkheid dat er door de familie van de overledene vergeving wordt geschonken tegen betaling van diyeh, bloedgeld. Over de hoogte van dit bedrag wordt door de families onderhandeld. Kan de familie van de moordenaar het gevraagde geld niet opbrengen, dan wordt hij alsnog veroordeeld tot de doodstraf. Dit heeft enige tijd geleden geleidt tot een actie van mensenrechtenorganisaties om door middel van geld inzameling, het geeiste bedrag was 160.00 dollar, het leven van een man te redden, omdat hij zelf maar tot de 90.000 dollar kwam en de familie hier niet mee akkoord ging. Door deze wet is de veroordeelde dus buitengewoon onzeker over zijn lot. Tot op het laatste moment kan de familie vergeving schenken. In de film is het de rechter die de familie daarvan probeert te overtuigen. Echter, in het geval van Mansour komt de familie tot drie maal toe niet opdagen bij de executie en moet hij weer terug naar zijn cel. Een behoorlijk schokkende film, waarvan de boodschap toch niet helemaal helder is. Is het niet juist mooi dat de moordenaar vergeving kan krijgen?